Wanneer naar logopedie?

Door een slechter gehoor kan het zo zijn, dat iemand zijn eigen spreken of de klanken (letters) van anderen niet goed hoort. De woorden kunnen dan ook verkeerd of onduidelijk uitgesproken worden.
Bij jonge kinderen die leren praten, kan het zijn dat ze nauwelijks, of onverstaanbaar gaan praten. Dit uit zich dan in een taalprobleem.
Bij een ernstig slechthorende, of bij iemand die doof is kan er hulp geboden worden in de vorm van spraakafzien en/of hoortraining.

Wat is slechthorendheid?

Er is sprake van slechthorendheid als iemand minder hoort, of dat er sprake is van een verminderd gehoorvermogen. Met een hoortoestel is er mogelijkheid toch geluiden waar te nemen.
Er is sprake van doofheid wanneer iemand niet (meer) via het gehoor kan communiceren.


Er zijn twee soorten slechthorendheid:

Perceptieve slechthorendheid (waarnemingsverliezen)
Het probleem van niet kunnen horen, ligt in het binnenoor, in de gehoorzenuw of in de hersenen. Het geluid wordt niet goed doorgegeven en daarbij vaak ook vervormd.

Conductieve slechthorendheid (geleidingsverliezen)
Het probleem ligt aan de slechte geleiding van het geluid in het uitwendige oord (de gehoorgang) of het middenoor. Dit kan bijvoorbeeld komen door vocht achter de trommelvliezen. Buisjes zijn dan vaak een goede oplossing om het probleem te verhelpen.