Wanneer naar logopedie?

Patiënten waarbij sprake is van dysarthrie als gevolg van hersenletsel, komen eerst in het ziekenhuis terecht. Vanuit daar kan het zijn dat de patiënt naar een revalidatiecentrum gaat of een verzorgingstehuis. Hier wordt de patiënt eerst behandeld door een logopedist. 
Wanneer er sprake is van een lichte dysarthrie met nog enkele problemen in het spreken of het slikken, dan komt de patiënt op verzoek van logopedist of arts bij de vrije vestiging terecht.  


Wat is dysarthrie? 

Dysarthrie is een verworven spraakstoornis als gevolg van hersenletsel. Bij dysarthrie kunnen de afstemming en/of de spierkracht tussen de spieren verstoord zijn die wij normaal gebruiken bij het adem halen, stemgeven en het articuleren. Normaal hoeven wij hier niet over na te denken en kunnen we verstaanbaar spreken, maar bij patiënten met dysarthrie ligt dat anders. Enkele verschijnselen bij dysarthrie zijn:
- Het spreken gaat minder snel. Wanneer er wel snel gesproken wordt, is er vaak sprake van versprekingen of is de het spreken minder nauwkeurig en dus minder verstaanbaar.
- U heeft het gevoel of u met een dikke tong spreekt. U moet meer moeite doen om uw tong het werk te laten doen.
- Meer moeite met verschillende klanken of combinaties van klanken hebben.
- Er wordt te lang op één adem doorgesproken of moet vaker ademhalen tijdens de zin.
- Roepen en luid spreken kost extra moeite.
- Het spreken kenmerkt zich door een neusklank.
- Het spreken is monotoon.
- Men heeft vaak een droge mond of juist te veel speeksel.

Het spreken kan minder verstaanbaar zijn, omdat het moeilijker is geworden om de tong en lippen goed te laten bewegen. Het vormen van woorden is dan moelijk.
Vaak zijn er ook problemen met het kauwen en vooral het slikken. Er is sneller sprake van verslikken. Dit heeft te maken met de de aansturing van de spieren van het mond en halsgebied die niet meer naar behoren functioneren.
Daarnaast kan er minder gevoel in de mond en het gezicht aanwezig zijn.

Zowel bij afasie als dysarthrie kan er sprake zijn van mondapraxie (het niet op dat moment, dat de persoon het wil de tong en lippen laten bewegen), of verbale apraxie (het niet op dat moment een woord kunnen zeggen, omdat de articulatiespieren niet in actie komen).
Iemand met een dysarthrie moet hierdoor vaak wel nadenken om verstaanbaar te kunnen spreken: het spreektempo, de klemtoon en de intonatie moeten soms bewust worden aangepast. Een logopedist kan hierbij helpen.