Wanneer naar logopedie?

Wanneer u of mensen uit uw omgeving of de omgeving van uw kind aangeven dat de verstaanbaarheid onvoldoende is, kunt u contact met ons opnemen voor overleg. Vaak zijn klachten van onverstaanbaarheid een reden om naar logopedie te gaan. Het kan zijn dat u of uw kind er zelf last van heeft dat het spreken niet goed gaat.

Wat is een articulatiestoornis?

We spreken van een articulatiestoornis wanneer kinderen of volwassenen niet of niet meer in staat zijn om de klanken juist uit te spreken of te gebruiken.
Kinderen moeten deze klanken nog leren en dus is het heel normaal dat er bij een kind op een bepaalde leeftijd de klanken nog onjuist uitgesproken worden. Wanneer het kind achterloopt in zijn spraakontwikkeling in vergelijking met zijn leeftijdsgenootjes, is er sprake van een articulatiestoornis.

 

Uitgebreide informatie

Articulatie is de beweging van de mond- en keelholte zodat je kan spreken. Deze bewegingen worden gemaakt met de tong, lippen, kaak en gehemelte en kunnen we maken op de in- en uitademing. Ook kunnen we articuleren met en zonder stemgeving. We hebben het dus over het niet of verkeerd uitspreken van één of meerdere klanken (letters). Kinderen leren deze klanken van jongs af aan vanzelf. Bij sommige kinderen wil dit niet vanzelf en moeten we ze een handje helpen. Op het plaatje hieronder ziet u een doorsnee van de mond-keelholte.  


Bron: www.prelogopedie.nl


Welke klanken maken we op welke manier?

De lippenmaken de (bi)labiale klanken. Dit zijn klanken waarbij de lippen tegen elkaar komen en daarmee kort of lang een afsluiting maken: b, p en m. (labiaal = lip, bilabiaal = met twee lippen)

Lippen en tanden maken samen de labiodentale klanken: w, f en v. Bij het vormen van deze klanken raken de boventanden de onderlip. (labiaal = lip, dentaal = tand)

De tongpunt maakt de alveolaire klanken: klanken waarbij de tongpunt tegen het tandvlees achter de voortanden (de alveolaire rand) geplaatst wordt: d, t, s, z, l, n en de tongpunt-r

De tong(tongrug) maakt de palatale klanken: klanken waarbij de tong tegen het gehemelte wordt geplaatst: g, j, k, ng en de huig-r

Het zachte gehemelte (velum) zorgt voor het afsluiten van de neusweg bij de meeste klanken. Bij de nasale klanken zakt het velum naar beneden en maakt de neusweg open: m, n en ng

De stembanden zorgen voor stemhebbende klanken (m, v, d, z, n, j, r, en ng). Er komt een luchtstroom vanuit de longen
en door de keel langs de stembanden (die gesloten zijn), waardoor deze gaan trillen. Dit gebeurt ook bij het maken van de
klinkers (aa, oo, ee enzovoort). Bij de niet-stemhebbende klanken blijven de stembanden open staan en wordt de
luchtstroom door bepaalde delen in het mondgebied in trilling gebracht


Er is onderscheid te maken tussen fonologischearticulatie problemen en fonetischearticulatieproblemen.

Fonetische articulatiestoornis
Wanneer een kind een bepaalde klank niet goed kan uitspreken hebben we te maken met een fonetische articulatiestoornis.
Vaak voorkomende fonetische articulatiestoornissen:
Sigmatisme: problemen met de /s/ en de /z/ (ook 'lispelen' of 'slissen' genoemd)
Rhotasisme: problemen met de /r/
Interdentaliteit: verschillende klanken worden uitgesproken met de tong tussen de tanden (bij de /s/, /z/, /n/, /d/, /t/, /l/ en/of /r/)


Fonologische articulatiestoornis
Bij een fonologische articulatiestoornis kunnen de klanken wél gevormd worden, maar kunnen de kinderen de klanken niet correct gebruiken bij het maken van woorden.
Kinderen maken de klankstructuur van woorden eenvoudiger. Dit noemen we vereenvoudigingsprocessen. Als kinderen ouder worden, verdwijnen deze vereenvoudigingsprocessen. Kinderen met een fonologische articulatiestoornis passen deze vereenvoudingingsprocessen langer toe dan leeftijdsgenootjes.


Enkele fonologische vereenvoudigingsprocessen:

Syllabestructuurprocessen

  • weglating van medeklinkers aan het eind van een woord: appel wordt appe, kaart wordt kaa
  • weglating van medeklinkers aan het begin van een woord: kaart wordt aart, school wordt ool
  • vereenvoudiging van medeklinkerverbindingen: kaart wordt kaat, school wordt sool, spring wordt ping
  • weglating van onbeklemtoonde lettergrepen: computer wordt pjoeter, telefoon wordt tefoon

Substitutieprocessen

  • fronting: klanken die normaal achter in de mond gevormd worden (bijvoorbeeld de k), worden nu voor in de mond uitgesproken: kip wordt tip
  • backing: klanken die normaal voor in de mond gevormd worden (bijvoorbeeld de t, s,...), worden nu achter in de mond gevormd: soep wordt goep
  • stopping: vervanging van fricatieven ('schuurklanken' zoals s,z, v,f) door occlusieven ('plopklanken' zoals t, d, p,b): soep wordt toep
  • verstemlozing: stemhebbende klanken worden vervangen door stemloze klanken: zaag wordt saag

 Harmonieprocessen

  • assimilatie: gehele of gedeeltelijke aanpassing van een klank aan een naburige klank: potlood wordt poplood
  • reduplicatie: gehele of gedeeltelijke herhaling van een lettergreep uit een woord: cadeau wordt dodo